Grote bonte specht snoept van de walnoten

In de voortuin hangt een mandje met walnoten. Ooit bedoeld voor de eekhoorn, maar die laat zich de laatste jaren nauwelijks nog zien. Toch vult mijn man het mandje elke ochtend trouw met walnoten van onze eigen boom. Sinds enige tijd heeft een grote bonte specht het mandje met walnoten ontdekt en komt hij er graag van snoepen. Een welkome gast.

Regelmatig gebeurt het dat een koolmees of pimpelmees aanschuift voor een hapje, nadat de specht de walnoten heeft gekraakt. Wat voor hem misschien restjes zijn, blijkt voor de kleine vogels een feestmaal. Zo wordt het mandje in de voortuin, ooit bedoeld voor één bezoeker, inmiddels gedeeld door een bont gezelschap aan gevleugelde gasten.

Kemphanen en tureluurs in Skrok

Ik neem jullie nog een keer mee naar het prachtige weidevogelgebied onder de rook van Wommels. Terwijl ik daar was, bracht de eigenaar van de naastgelegen boerderij zijn paard naar de wei.

Vanuit de kijkhut in Skrok zag ik hoe een tureluur plotseling opsteeg van zijn foerageerplek. Met een alerte houding en een schelle roep brak hij de stilte van het weidse landschap.

In het water stond een kemphaan. Het leek even alsof hij doorhad dat hij werd gefotografeerd, zo mooi stond hij daar te poseren. Jij en ik weten natuurlijk wel beter: het was puur toeval, maar het leverde wel een prachtig moment op.

Even later wandelde ik over het voetpad naar mijn favoriete plekje bij het hek. Vanaf dat punt zag ik door de zoeker een bijzonder tafereel. Een tureluur duldde geen kemphaan in zijn territorium en ging fel in de aanval. Ik had altijd gedacht dat juist kemphanen de echte vechtersbazen waren, maar deze tureluur liet zien dat hij er ook wat van kan.

Ik vind Kemphanen prachtige vogels, mede vanwege hun wisselende verenkleed. Ze staan erom bekend een extreem grote variatie in uiterlijk te hebben, vooral de mannetjes. Tijdens het broedseizoen ontwikkelen zij een opvallende kraag, ook wel ruffe genoemd, en oorpluimen die sterk van elkaar kunnen verschillen. De kleuren lopen uiteen van diep zwart en helder wit tot roestbruin, vaak met gevlekte of gestreepte patronen die bijna altijd uniek zijn voor elk individu.

Die variatie gaat nog verder, want er bestaan zelfs verschillende typen mannetjes. Zo zijn er de territoriale mannetjes met hun uitbundige kragen, maar ook lichtere satellietmannetjes die minder dominant zijn. Daarnaast zijn er de zogenaamde ‘faeder’-mannetjes, die opvallend veel op vrouwtjes lijken en geen uitgesproken kraag hebben. Ik hoop binnenkort nog wel een keer een kemphaan te fotograferen met zo’n uitbundig broedkleed.

Zonsondergang en de magnolia

Op 5 april werd ik bij zonsondergang getrakteerd op een prachtig gekleurde lucht, gezien vanuit de woonkamer. Dat moment wilde ik vastleggen, dus ik pakte mijn camera en liep de achtertuin in. Op de voorgrond koos ik de magnolia, die op dat moment op haar mooist in bloei stond. Achterin de tuin had ik vrij zicht op de kleurrijke avondlucht, wat het plaatje compleet maakte.

Vanochtend vroeg waaide het erg hard. Mijn man verwijdert meerdere keren per dag de gevallen bloemblaadjes van de magnolia uit de vijver, vanochtend wachtte hij tot ik er foto’s van had gemaakt. Zoveel blaadjes op één dag zien we namelijk niet vaak en was wel een foto waard.

Aan de magnolia is goed te zien dat er veel bloemblaadjes zijn gevallen: het hart van de bloemen komt langzaam tevoorschijn. Nu is het wachten tot de groene blaadjes zich in volle glorie laten zien.

Kieviten in Skrok

Na het maken van diverse foto’s vanuit de kijkhut in Skrok wandelde ik verder over het fiets- en voetpad door het zogeheten greppeltjesland. Bij het hek bleef ik geruime tijd staan om te genieten van de vogels om mij heen. Het leek erop dat er recent watertjes waren uitgebaggerd en dat de vrijgekomen bagger ter plekke was blijven liggen.

Een paar kieviten vlogen over mijn hoofd, maar er was geen sprake van paniek en ik werd niet verjaagd.

Ik vind het geen fraai gezicht dat de bulten zijn blijven liggen, al zal daar ongetwijfeld een goede reden voor zijn. Voor de kieviten lijkt het in ieder geval aantrekkelijk. Eén kievit trok in het bijzonder mijn aandacht. Hij zat rustig op de opgeworpen grond. Even dacht ik dat hij daar zat te broeden, maar dat idee liet ik al snel los — die plek viel daarvoor veel te veel op. Later werd ook duidelijk dat er geen nest aanwezig was.

Niet veel later begon de kievit te foerageren en kwam daarbij steeds dichter mijn kant op. Mogelijk bood het hek mij wat beschutting en daarbij bleef ik zo stil mogelijk staan.

Pasen – Zingt met de vogels mee een lied

Op eerste paasdag hadden we een prachtige kerkdienst. Eén van de liederen die we zongen was “Zingt met de vogels mee een lied” (melodie: Psalm 68). Als vogelliefhebber kan ik deze tekst wel waarderen. Hieronder heb ik de liedtekst afgewisseld met foto’s van de vogels die ik op eerste paasdag in onze tuin heb gemaakt.

Er was volop leven: overal om me heen waren vogels druk bezig met nestelen. De huismussen hebben hun plek gevonden in de klimop en onder de dakpannen. De heggenmus geeft de voorkeur aan de coniferenhaag. De gaaien zijn begonnen aan de bouw van een nest in de laurier. En de mezen laten zich regelmatig zien bij de nestkasten.

Zingt met de vogels mee een lied,
de leeuwerik verzwijgt het niet:
Christus is aller koning!
De zwaluw roept u toe: ziehier,
Gods liefde is voor mens en dier
een altijd open woning!

Hij bergt de wereld in zijn hart,
geen musje, hoe dan ook benard,
gaat zonder Hem te gronde;
wie vallen van de heuveltop
die vangt Hij met zijn vleugels op –
Hij draagt ze ongeschonden.

Zingt met de vogels mee een lied,
een lofzang tegen uw verdriet,
een loflied op het leven;
geen wacht, geen wapen kon weerstaan
het vroege roepen van de haan:
de doodsnacht is verdreven!

Zingt met de watervogels mee,
zingt met de meeuwen langs de zee:
de ark is niet gezonken!
Ginds koert de duif bij de Jordaan:
de Heer is waarlijk opgestaan,
zijn Geestkracht ons geschonken!

Zingt met de vogels mee een lied,
met Mirjam, kleine karekiet,
met Mozes op het water,
met David en met Jonathan,
met alleman die zingen kan,
een lied voor nu en later.

Eens laat de dood de doden los,
dan zingen hei en veld en bos,
mezen en merels samen.
Dan zingt de mus victoria,
dan zingt de zwaluw gloria,
voor eeuwig ja en amen!

Kikkers en kikkerdril en ‘OMAgnolia’

De kikkers zijn al een tijdje actief in onze vijver. Op 30 maart ontdekte mijn man de eerste twee hoopjes kikkerdril. Sindsdien zitten ze duidelijk niet stil, want er blijft steeds nieuw kikkerdril bijkomen.

Hieronder staan foto’s van de vijver met de kikkers en het kikkerdril. Naast de vijver staat een enorme magnolia. In onze familie noemen we deze boom liefkozend de “OMAgnolia”. Onze moeder en oma had namelijk ook zo’n prachtige, grote magnolia in haar tuin en ze hield enorm van deze boom.

Wanneer de magnolia in bloei stond, wees ze ons vol bewondering op de prachtige bloemen. Die herinnering maakt de magnolia voor ons extra bijzonder. Terwijl we nu naar onze eigen magnolia kijken, denken we aan haar terug. We missen onze lieve moeder en oma, maar in veel herinneringen, zoals deze, is ze toch dichtbij.

Het voorjaar in de bol

Vorige week moest ik voor mijn tweede baan in Leeuwarden zijn. Omdat ik toch in de buurt was, ben ik opnieuw naar het weidevogelgebied Skrok gereden. Zoals gebruikelijk liep ik eerst naar de kijkhut. Vanuit daar viel er weer genoeg te zien en te beleven.

Later zal ik nog inzoomen op de grutto’s en kluten, maar eerst richten we ons op de dieren die duidelijk het voorjaar al in hun bol hadden.

In een weiland renden hazen achter elkaar aan; de mooie lentedag was terug te zien in hun voortplantingsspel.

Het leek erop dat hun uitbundige gedrag de smienten verstoorde, want die gingen massaal op de vleugels.

In de sloot naast de kijkhut zwom een paartje waterhoentjes. Al snel werd duidelijk dat de lente ook hier zijn werk deed: ze toonden opvallend veel belangstelling voor elkaar. In de beschutting van de oeverbegroeiing werd het even intiem, het moment dat het mannetje het vrouwtje beklom.

Even later wandelde ik over het fiets-wandelpad verder het gebied in. Daar stuitte ik op een stel meerkoeten dat er duidelijk ook lentekriebels op nahield. Ze verspilden weinig tijd: het liefdesspel was kort, maar doelgericht.

Een paartje wilde eenden dat even daarvoor nog rustig langs mij was gezwommen, trok mijn aandacht. Er was geplons en toen ik omkeek bleken ook zij druk bezig met het zorgen voor nageslacht. Na de daad, zwom het mannetje trots met de borst vooruit bij het vrouwtje vandaan.

Slotplaats Bakkeveen

Na mijn bezoek aan de Duurswouderheide, waar ik onder andere de heikikker fotografeerde, reed ik door naar Slotplaats in Bakkeveen. Ik was toch in de buurt, dus die kans liet ik niet liggen. Daar maakte ik een heerlijke wandeling over het prachtige landgoed. Deze plek leerde ik ooit kennen dankzij mijn fotomaatje Jan, die mij hier voor het eerst mee naartoe nam.

Tijdens mijn wandeling kwam ik langs de Burmaniazuil. Volgens de legende zou deze zuil gaan kantelen wanneer een haan kraait, waarna er een baby klaarligt voor een liefdevol stel. Op de website van Natuurmonumenten is meer te lezen over de geschiedenis en het landgoed.

Tijdens mijn wandeling over het prachtige landgoed hoorde ik de kenmerkende roep van een boomklever. Even later landde hij hoog in een oude boom, vlak bij mij.

Voor de slotboerderij staat een bijzondere zonnewijzer die direct de aandacht trekt. Op de website van Monumenten is meer te lezen over de achtergrond en betekenis ervan.

Op het landgoed zijn meerdere ooievaarsnesten te vinden. Terwijl ik daar liep, vertrok een ooievaar vanaf zijn uitkijkpunt en scheerde vlak over mij heen. Gelukkig liet hij niets vallen…